![]() |
|
|---|---|
|
De Chiroptera Een jaar in het leven van de vleermuis
|
De Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
Biotoop: Gewone dwergvleermuizen wonen overwegend in gebouwen, zowel in dorpen als in steden. Maar je vindt ze net zo goed in parken en bossen. Als zomerverblijf kiezen ze ruimten die van buitenaf toegankelijk zijn. Dat is dan achter vensterluiken, in spouwmuren en ook in nauwe vleermuiskasten. Men vindt soms ook een alleenwonend dier in een nauwe muurspleet of een reclamebord. Gewone dwergvleermuizen worden ook veel in nieuwbouw gevonden. Op de muren bij de uitvliegopening van hun verblijf hangen vaak uitwerpselen. Ze maken hun winterverblijf graag in grote kerken (tot 2000 dieren!), oude kalksteengroeven, diepe rots- en muurspleten en in kelders. Soms delen ze hun verblijf met een groep Mopsvleermuizen. Ze kunnen vrij goed tegen lage temperaturen; van 1,6 tot zelfs -5 °C (voor korte tijd). 's Winters wisselen ze af en toe van verblijfplaats. Ze houden hun winterslaap vanaf midden november tot begin maart of soms tot april. In tegenstelling tot de mannetjes, zijn de vrouwtjes in hun eerste levensjaar geslachtsrijp. Al in de kraamtijd bezetten de mannetjes enkele vaste territoria en verdedigen deze tegen andere mannetjes tijdens de paartijd, die van midden augustus tot in september duurt. Ze lokken vrouwtjes naar hun paarverblijf met baltsvluchten. Hoe langer een mannetje baltst, hoe meer succes hij heeft. De vrouwtjes zoeken dan de mannetjes in hun verblijf op. In april/mei worden de kraamkamers opgezocht en tussen midden juni en begin juli worden de jongen geboren. In Midden-Europa krijgen de Gewone dwergvleermuizen meestal twee jongen. In Groot-Brittannië krijgen ze gewoonlijk maar één jong. De jongen openen hun ogen na 3 à 4 dagen en na 4 weken hebben ze al hun blijvend gebit en kunnen ze vliegen. Vanaf 6 weken zijn ze al zelfstandig. De volwassen vrouwtjes verlaten de kamers al begin augustus, maar de jongen blijven nog tot middan à eind augustus.
De Gewone dwergvleermuis vliegt redelijk vroeg uit; zo'n 5 tot 20 minuten voor zonsondergang en in de late herfst zelfs ook overdag. Ze vliegen snel en zijn erg behendig. Bij een rechtlijnige vlucht halen ze zo'n 26 km/u en bij een jachtvlucht, met duiken en bochtenwerk dus, halen ze zo'n 16 km/u. Als ze jongen hebben, spreiden de vrouwtjes hun jachtvlucht over twee periodes, daartussen zogen ze hun jong(en). Gewone dwergvleermuizen jagen zowel boven water, in tuinen en parken als langs bosranden en rondom straatverlichting. |